Wachtwoord kwijt?
Home arrow Componeren
(Mini-MP3-Player v2.2 (c) Ute Jacobi - unregistered version - Only Free for NonCommercial Website)
Componeren Print E-mail
Artikel Index
Componeren
Pop-stijl
Jazz-stijl
 

Pop-stijl

Een popsong bevat meestal een couplet en een refrein. Een couplet heeft een vertellend karakter, een refrein heeft een korte en krachtige melodie die makkelijk te onthouden is. Bij herhaling heeft het couplet steeds een andere tekst, terwijl bij het refrein steeds dezelfde tekst wordt gezongen. Naast de herhaling van couplet en refrein kunnen nog andere gedeelten worden toegevoegd. Een tussenspel - interlude - midden in de song of een solo - b.v. gitaar - kan voor de nodige afwisseling zorgen. Ook kan een intro of ending worden toegevoegd. Als voorbeeld hieronder het vormschema van een uitgebreide popsong.

Image

Als er bij de herhaling van couplet of refrein niets aan melodie of begeleiding verandert, is dit nogal saai. Daarom worden bij een herhaling vaak wijzigingen aangebracht zoals een toegevoegde partij in de begeleiding (b.v. strings), een extra tegenstem - een melodie die samen met de hoofdmelodie wordt gespeeld - of een sterker ritme. Verderop in de song wordt meestal een meer ingrijpende wijziging toegepast, b.v. een overgang naar een andere grondtoon - de melodie wordt dan vaak een toon hoger gespeeld.

De drumpartij

De basis van een drumpartij in een pop-stijl bestaat meestal uit een basdrum, snaredrum en hihat. De basdrum - de laagste noot in het notenvoorbeeld - speelt op de zware tellen - 1 en 3 - en de snaredrum  -de noot op de middelste lijn - speelt op de lichte tellen - 2 en 4. De hihat - de kruisnoot - speelt steeds doorgaande noten:

Image

We kunnen dit ritme inspelen via een keyboard op het MIDI-kanaal 10, dat meestal voor drumklanken wordt gebruikt. Volgens General MIDI bevindt de basdrum zich onder toets C1, de snaredrum vinden we onder toets D1 en de hihat klinkt onder toest Fis1. Na het inspelen moeten we het ritme nog quantiseren - ritmisch corrigeren, zodat het strak klinkt. In Cubase is dit toets Q. Als we het moeilijk vinden om ritmisch te spelen, kunnen we de noten ook met de muis invoeren.

Na het inspelen copiëren we deze maat een aantal keren, zodat het ritme wordt herhaald.

De akkoordenpartij

Akkoorden kunnen het beste vanuit een toonladder worden gekozen. Er zijn verschillende toonladders: majeur, mineur - oorspronkelijk, harmonisch en melodisch - en modale en Jazz-toonladders. Voor een pop-song is de oorspronkelijke mineur-toonladder heel geschikt. Deze is hieronder afgebeeld vanuit de grondtoon C met de tonen D-D-Es-F-As-Bes-C - let op de mollen Es, As en Bes:

Image 

Vanuit deze toonladder kunnen we verschillende trappen kiezen. Trappen zijn drieklanken die zijn gebouwd  op de verschillende tonen van de toonladder. De eerste trap is de drieklank op de eerste toon van de toonladder. De tweede trap is de drieklank op de tweede toon van de toonladder, enz. Trappen worden met Romeinse cijfers aangegeven. Hieronder de eerste vier trappen van de oorspronkelijke mineur-toonladder op C:

Image

Nu moeten we nog weten welke trappen we moeten spelen. Hierbij moeten we bedenken dat bepaalde combinaties van klanken een speciale werking hebben, die we een kadens noemen. Door het spelen van een kadens krijgt de luisteraar houvast en hoort wat de grondtoon is. Zou je geen kadensen spelen dan zou iedere toon de grondtoon kunnen zijn en blijft de melodie en begeleiding 'in de lucht' hangen.

De kadens met de trappen V en I - ook wel dominant en tonica genoemd - laat de grondtoon duidelijk horen en is ook geschikt voor het einde van een begeleiding. Bij een pop-stijl in de oorspronkelijke mineur-toonladder klinkt de kadens met de trappen VII en I echter beter. In de toonladder op C zijn dit de drieklanken op Bes - de zevende toon van de toonladder- en C - de eerste toon van de toonladder:

Image 

Als we niet op de eerste trap maar op de vijfde trap eindigen, werkt dit als een open einde, dat b.v. geschikt is om aan te geven dat de begeleiding nog niet is afgelopen. Dit wordt een halfslot genoemd. Hier een voorbeeld van een halfslot met de trappen VI en VII - de drieklanken op de zesde toon As en de zevende toon Bes:

Image  

We kunnen ook omkeringen van drieklanken spelen om grote sprongen tussen de akkoorden te vermijden en daardoor beter op elkaar aan te laten sluiten. In het notenvoorbeeld hieronder zien we de zesde trap - de drieklank op de zesde toon As - eerste gewoon - in de z.g. grondligging - en daarna in de eerste omkering met de tonen C-Es-As. Bij de omkering is de grondtoon As, die normaal onderin ligt, dus bovenin gelegd:

Image 

Bij de omkering is de onderste toon nu een C. Als we hiervoor of hierna een eerste trap spelen - die ook de toon C als onderste toon heeft - sluiten deze drieklanken goed op elkaar aan.

Tenslotte maken we een akkoordenschema voor een complete begeleiding. Hieronder ziet u de akkoorden van de eerste helft van de begeleiding, die eindigt op de zevende trap en dus met een halfslot:

 Image

 Dit zijn de trappen: I-VI-I-VII-I-III-VI-VII. Dit zijn de grondtonen van de drieklanken: C-As-C-Bes-C-Es-As-Bes. Let op de omkeringen bij het tweede en het zesde akkoord!

In de tweede helft van de begeleiding zijn de eerste vier akkoorden gelijk. De laatste drie akkoorden zijn echter anders. Hier spelen we voor de afsluiting van de begeleiding een kadens met de trappen VI-VII-I - drieklanken op de zesde, zevende en eerste toon van de toonladder: As-Bes-C:

Image

Ieder akkoord duurt één maat. Alleen het laatste akkoord duurt twee maten - om een begeleiding van zestien maten te krijgen.

De baspartij

De bas moet bij de akkoorden passen. We kunnen hiervoor de grondtonen van de akkoorden spelen. Hier een baspartij die de grondtonen van de eerste twee akkoorden (Cm en Ab) ritmisch speelt:

Image 

Misschien is in het notenvoorbeeld moeilijk te zien dat dit de tonen C en As zijn, maar omdat de bas laag speelt is deze partij genoteerd in de z.g. F-sleutel. De akkoorden waren genoteerd in de G-sleutel. 

Een drieklank bestaat uit drie tonen. De onderste toon noemen we de grondtoon, de tweede toon de terts en de bovenste toon de kwint. De bas kan voor afwisseling naast de grondtoon ook de kwint van het akkoord spelen. De eerste trap bestaat bijvoorbeeld uit de tonen C, Es en G. Hierbij kan de bas dus de tonen C en G spelen. Hieronder een voorbeeld van een bas-partij die in de eerste maat de grondtoon en de kwint van de eerste trap speelt - de tonen C en G - en in de tweede maat de grondtoon en kwint van de zesde trap - de tonen As en Es:
 
 Image

Partijen combineren

We kunnen iedere maat één akkoord spelen, waarbij bas en drums voor het ritme zorgen, maar we kunnen ook nog de accoorden in een bepaald ritme spelen. Hieronder een voorbeeld:

Image 

 


Laatste aanpassing ( donderdag, 21 februari 2008 )
 
< Vorige   Volgende >
© 2012 HCCmuziek.nl
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.