Wachtwoord kwijt?
Home arrow Buizen sound
Een warme buizen sound Print E-mail

Heel wat muziekliefhebbers en met name musici schijnen iets te hebben met nostalgische buizen uit de 60-er jaren, als het om een warm soundje gaat. Aardige voorbeelden hiervan zijn b.v. de peperdure Hifi Stereo geluidsinstallaties en de Instrumentaalversterkers die opnieuw worden uitgerust met elektronenbuizen. (lees radiolampen). Het is niet zo moeilijk om voor dit verschijnsel een verklaring te geven, want door de karakteristieke eigenschappen van de buizen in vintage versterkers worden subtiele harmonische vervormingen veroorzaakt. Het geproduceerde geluid wordt hierdoor als warm en lekker wollig ervaren. Zelfs bepaalde typen studiomicrofoons worden nog steeds van een buizenvoorversterker voorzien. De buizenapparaten zijn meestal duur omdat het in het huidige halfgeleider tijdperk vrij lastig is om geschikte componenten te vinden en de ervaring met deze materie een beetje aan het wegvloeien is. Voor de echte liefhebbers geven we hierbij een eenvoudig ontwerp van een voorversterker die rond 1965 met zo’n glazen component werd opgebouwd en kan men er gerust een moderne microfoon op aansluiten.
Een waarschuwing vooraf lijkt ons echter op zijn plaats, want in tegenstelling tot de transistor en chiptechniek werken we hier met veel hogere spanningen die echt levensgevaarlijk kunnen zijn! Let  er dus op dat alles heel goed geïsoleerd wordt en neem geen enkel risico dat u, of de gebruiker van uw schakeling, onder hoogspanning komt te staan. Ook moeten we MKS condensatoren van uitstekende kwaliteit gebruiken die minimaal voldoen aan de vermelde werkspanningen. (300 - 630 Volt)

Het schema

ImageImageIn dit vrij conventionele schema zien we een penthode van het type EF86 met aan het stuurrooster condensator C1 en een weerstand van 1 M Ohm, die de lekstroom van het stuurrooster naar het aardniveau afvoert. Een dynamische microfoon met een signaalafgifte van ca. 2 mV. kan via de (kunststof) jack J1 aangesloten worden op de versterker- trap. Pin 3 omvat het kathode circuit met een parallel schakeling van R3 en C3, waarmee we o.a. de instelling van de penthode verzorgen. Elco C3 dient hierbij voor de ontkoppeling van de wisselstroomcomponent over de kathode weerstand. Via de anode (Pin 6) en de anode belastingsweerstand R2 wordt het versterkte signaal toegevoerd aan de blokkeercondensator C2. Met behulp van potmeter P1 en een tweede condensator (C6 is optioneel) kan het opgepepte signaal via (de kunststof) jack J2 en een afgeschermde kabel op een extern versterkingssysteem aangesloten worden. Zoals het voor de goede werking van een penthode betaamt, verzorgen R4 en C4 een gelijkspanningsniveau die naar verhouding net iets lager moet liggen dan de anodespanning. Let op, zowel de schermroosterspanning als de anodespanning op deze pinnen van de buisvoet kunnen oplopen tot 175 a 250 Volt, voorzichtigheid is hier dus zeker geboden!
Image

De voeding

ImageDe voeding is recht toe recht aan van opzet en bevat een transformator met een wikkeling van 250V bij tenminste 20 mA, een hoogspanning bruggelijkrichter, twee elco’s en een draadgewonden weerstand die gezamenlijk zorgen voor een mooi afgevlakte spanning van ca. 275 Volt. De tweede wikkeling van de transformator levert de 6,3 Volt wisselspanning bij 500 mA en is ruim voldoen-de voor het voeden van de gloeidraden van de buis. (Pin 4 en 5).

Bouw

Voor het prototype monteren we de gehele schakeling op een klein U-vormig profiel van aluminium waarop de transformator ook een plekje krijgt. In het chassis boren we eerst een gat van 19 mm. waarin een ceramische buisvoet van het type Noval met twee M3 boutjes vastgeschroefd kan worden. De bedrading van en naar de componenten wordt zo dicht mogelijk bij het buisvoetje en met afstandsbusjes op een pertinax plaatje met twee rijen soldeerlipjes gemonteerd. Tussen beide rijen soldeerlipjes kunnen alle componenten keurig naast elkaar aangebracht worden. Om brom tot een minimum te beperken worden de gloeidraad aansluitingen van tevoren getwist en vanaf de trafo direct aan het buisvoetje gesoldeerd. Om deze reden is het ook aan te bevelen om pin 2 en 7 van de penthode aan het dichtstbijzijnde aardpunt te monteren. Vlak bij de ingangsjack komt nog een soldeerlipje in het chassis en dient dit als het centrale aardpunt van de gehele schakeling. Om het echt klassiek te maken kunnen we als aan/uit indicator op de 6,3 V nog een klein gloeilampje van ca. 40 mA aansluiten.
Succes, maar … houdt tijdens het testen één hand in je broekzak, zei mijn elektronica leraar altijd!

Laatste aanpassing ( woensdag, 10 september 2008 )
 
< Vorige   Volgende >
© 2012 HCCmuziek.nl
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.