|
Het lijkt een rare vraag... Wat is muziek? Zal niet iedereen daar een eigen antwoord op hebben? Inderdaad, en dat dat is ook precies waar het om gaat. Het begint al bij ons gehoorzintuig, omdat we rustig kunnen stellen dat geen twee mensen exact hetzelfde kunnen horen. Nog veel grotere verschillen ontstaan er vervolgens door de emotionele impact die muziek op onze geest heeft. Er isveel recent onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen geluid en de werking van onze hersenen en hoewel er nog steeds veel onderzocht dient te worden is al wel duidelijk dat geluid en dan met name geordend geluid in de vorm van muziek bijzonder sterk op ons inwerkt.
Waarschijnlijk zelfs sterker dan visuele prikkels omdat er hier minder 'vertalingen' hoeven plaats te vinden. Dit wordt bevestigd door ervaringen die iedereen wel eens heeft gehad met muziek die onweerstaanbaar ontroerd, die een directe lichamelijke bewegingsrespons teweegbrengt of die sterke agressie oproept. Al eeuwenlang wordt muziek op deze wijze effectief gebruikt om te verleiden, om mensen te laten dansen of om soldaten aan te vuren in de strijd. En nog veel ouder zijn bezweringsriten, mantra's en Vedische gezangen. Afgezien van percussie-instrumenten, die waarschijnlijk nog verder teruggaan, blijken ook blaasinstrumenten al zo'n 40.000 jaar oud te zijn.
Dit is dus uit dezelfde tijd als waarin de grotschilderingen in Zuid-Frankrijk ontstonden, en daarmee niet zo heel lang na het tijdstip dat globaal wordt aangemerkt als het begin van de 'moderne' mens, Homo Sapiens Sapiens. Het is een gerede aanwijzing dat muziek een zeer belangrijk onderdeel van het menselijk bestaan vormt. De gevonden instrumenten waren fluiten welke van botten waren gemaakt en de toongaten kwamen overeen met die uit de diatonische reeks. Het welbekende do, re, mi dat zoveel eeuwen later in de Sound of Music zo aardig wordt verklankt. Dat lijkt ook logisch want deze tonen komen voort uit eenvoudige verhoudingen en de natuur doet nooit iets nodeloos ingewikkeld.
Wel vaak buitengewoon verfijnd en de opstapeling van veel verfijnde elementen levert uiteindelijk toch weer iets op waarbij we achteroverslaan van verwondering. Althans dat zouden we best wat meer mogen doen, want het is vooral daaruit dat zoiets als respect voortkomt. En dat respect hebben we hard nodig om er zuinig en met verstand mee om te gaan. Neem bijvoorbeeld ons gehoor: essentieel daarin zijn zo'n 20.000 miniscule haarcellen - in feite zijn dit razendsnelle schakelaartjes die een elektrisch stroompje tot maar liefst 20.000 maal per seconde kunnen schakelen. Op zich verbijsterend, maar vleermuizen en walvissen overtreffen ons hierin nog met een factor tien.
Door de mechanische constructie van het geheel met het bekende 'hamer', 'aambeeld', 'stijgijzer' en het 'slakkenhuis' waar de trilhaartjes in een beschermende vloeistof liggen ingebed, ontstaat een buitengewoon effectief 'overload'filter. Daardoor is het mogelijk om zowel de op en neergaande vleugels van een mug als een startende straaljager te horen. Dat laatste echter liever niet, want de kans is groot dat een aantal van de genoemde haarcellen daar het loodje door legt. Niet zo verwonderlijk wanneer je bedenkt dat de gevoeligheid ervan zo groot is dat een verplaatsing ter grootte van een atoom al een respons weet op te leveren. Denk daar maar eens aan wanneer je een disco bezoekt...
Over het algemeen wordt aangenomen dat er gehoorschade ontstaat wanneer iemand langere tijd wordt blootgesteld aan geluidsniveau's boven de 80 dB(A). De 'decibel' is een logaritmische maat die beter dan een lineair maatsysteem in staat is om de geweldige omvang van ons gehoor in werkzame getallen vast te leggen. Als absolute bovenste grens wordt 120 dB(A) aangenomen, maar daarbij ontstaat dan ook acute en blijvende gehoorschade. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij explosies, maar ook pieken vlakbij luidsprekers in een disco en een Walkman met een goed afsluitende hoofdtelefoon kunnen een niet-omkeerbare beschadiging opleveren.
Ons gehoor vertoont overigens een paar merkwaardige aspecten, want ondanks dat het geluiden kan onderscheiden die een factor tien miljard (10 tot de macht 10) uit elkaar liggen, kan het desondanks toch nog miniscule verschillen in toonhoogte onderscheiden. Het is wat dit aangaat beslist veel gevoeliger dan ons visuele systeem. Bovendien kunnen we feilloos de klanken van afzonderlijke instrumenten aanwijzen, ook wanneer deze min of meer gelijktijdig klinken. In feite is dit natuurlijk een verbijsterende prestatie die we zelfs met een zeer krachtige computer nog niet kunnen evenaren. Maar er is nog veel meer met muziek aan de hand dat ons tot oprechte verwondering behoort te stemmen.
Uit onderzoekingen die omstreeks 1993 werden gedaan bleek dat er een sterke verbinding bestaat tussen speciale hersenfuncties en muziek. Deze functies worden in vaktermen omschreven als 'spatiaal-temporaal' en worden verantwoordelijk gehouden voor het vermogen om in 'gedachten' objecten ruimtelijk te manipuleren. Tot die objecten behoren in zekere zin ook gedachten en woorden en we raken hiermee dus tot de kern van ons denken, dat voor een belangrijk deel lijkt te bestaan uit het dynamisch vormen van patronen. En wat is muziek anders dan een dynamisch vormen van patronen in de tijd? Dit soort onderzoeken leidde onder andere tot het veelgehoorde begrip 'Mozart-effect'.
De eerste aanleiding tot deze benaming was het feit dat het in klanken omzetten van de energie die in de hersenen van proefpersonen werden gemeten Mozart-achtige klankpatronen bleken op te leveren. Daarop werd bij proefpersonen het omgekeerde beproefd en werd gekeken of het luisteren naar muziek van Mozart het ruimtelijk voorstellingsvermogen zou stimuleren. Dit bleek inderdaad zo te zijn, maar daaraan moet worden toegevoegd dat het een slechts zeer kortstondige invloed betreft. Het is dus zeker niet zo dat tien minuutjes Mozart per dag je tot een genie maakt, al zijn er natuurlijk legio boeken verschenen die ons lekker sensationeel juist hiervan trachten te overtuigen.
Er is evenwel nog iets anders aan de hand. Onderzoek op verwante terreinen laat namelijk ook zien dat taal en muziek een zekere verwantschap met elkaar heeft. Logisch ook alweer wanneer je beide beschouwt als geluidspatronen met een inherente betekenis. Recent werd echter ook ontdekt dat er zoiets als een taalgen bestaat. Maar dan wel een bijzonder gen: het dient op jonge leeftijd te worden geactiveerd. Pasgeboren kinderen die jarenlang ontstoken blijven van deze activering leren nooit meer praten. Ze kunnen geluiden voortbrengen, maar slagen er niet meer in om daar de complexe structuur mee op te bouwen die ook gedeeltelijk abstracte betekenissen tot uitdrukking weet te brengen.
Dit leidt tot de voorzichtige gevolgtrekking dat ook de gave om van muziek te genieten en om muziek te creëren al heel vroeg geactiveerd dient te worden. Iets dat trouwens door de praktijk bevestigd lijkt te worden. In een gezin waar muziek wordt gemaakt of waar veel naar muziek wordt geluisterd is dit vanzelfsprekend en dan lijkt het dus op een erfelijke muzikaliteit die 'in de familie' zit. Terwijl er mogelijk vooral sprake is van een externe 'triggering', al zullen daarbij ook andere factoren een min of meer grote rol kunnen spelen. Het Mozart-effect lijkt hier dus een blijvender rol te spelen en er zijn sterke aanwijzingen dat deze kinderen ook op andere gebieden hier voordelen van ervaren.
Het taalgevoel lijkt zich hierdoor, zoals wel voor de hand ligt, eerder te ontplooien, maar tegelijk ook wiskundige vaardigheden en de in veel opzichten zo belangrijke oog-handcoördinatie. Reden genoeg om aan primaire muziekeducatie ruime aandacht te schenken, zou men zo zeggen. Van de overheid is wat dit aangaat echter niets te verwachten en dus zullen ouders het zelf zo goed mogelijk ter hand moeten nemen. Meer informatie over dit onderwerp en over muziek in het algemeen vindt u in het boekje 'Muziek op het Web' en op diverse websites.
The Anatomy of Hearing Het Mozart effect Leren over muziek Music ABC
|