|
Componisten zochten naar andere instrumenten, dan de reeds lang bekende. De ontwikkeling van de techniek - met name de elektronica - bracht nieuwe mogelijkheden. In 1919 kwam de Rusische natuurkundige Lev Sereievitch Termen met een nieuw instrument. Een soort bestuurbare 'Mexicaanse hond', een bekend fenomeen bij de eerste radio's. Hij noemde het instrument theremin. Met het instrument maakte hij furore in de Verenigde Staten en hij paste zijn naam daarom ook maar aan tot: Léon Theremin.  Theremin De theremin was één van de eerste elektronische instrumenten. Het wordt bespeeld door de handen te bewegen bij twee antennes, hiermee wordt een oscillator bestuurd. De theremin heeft nog steeds een groep bespelers; er zijn moderne uitvoeringen van het instrument geschikbaar.
Na de tweede wereldoorlog kwam de 'tape recorder' tot ontwikkeling. Samen met de verder ontwikkelde elektronica gaf dit componisten de mogelijkheid bewerkte geluiden op te nemen en samen te voegen. De componist bouwde samen met geluidstechnici aan zijn compositie. Er ontstonden twee scholen: - De eerste school bewerkte bestaande klanken: le Groupe de Recherche de Musique Concrète (CRMC) opgericht door Pierre Schaeffer in 1951 en maakte gebruik van de studio's van de Radiodiffusion-télévision de française te Parijs;
- De tweede school richtte zich op elektronisch opgewekte klanken. De Keulse school van Karlheinz Stockhausen bij de Nordwestdeutscher Rundfunk heeft voor deze richting veel betekend. Karlheinz is na enige experimenten met Musique Concrète vrij snel overgegaan op elektronische klankopwekking.
Vergeleken met de huidige stand van de techniek waren de mogelijkheden toentertijd toch wel beperkt. Een flinke geluidsstudio met technici was nodig om tot een aanvaardbaar resultaat te komen. Tegenwoordig komt deze muziek soms wat primitief over vergeleken bij de huidige mogelijkheden met een Personal Computer. In de praktijk bleek dat er eigenlijk weinig verschil in de resultaten van beide scholen was. Beide technieken schoven in elkaar.
Een bekende compositie uit de Parijse School is: Poème Electronique pour bande magnétique van Edgar Varèse. Hiermee werd een groot publiek bereikt, omdat in het opdracht van Philips Eindhoven is gemaakt voor de wereldtentoonstelling van 1958.
Een interessant werk met een mengeling van beide scholen is Gesang der Jünglinge van Karlheinz Stockhausen. Hierin worden zowel bewerkte jongensstemmen als elektronische klanken gebruikt.
Elektronische muziek functioneert prima als ondersteuning van beeld en dans, maar heeft in de concertzaal nooit echt doorgebroken. Misschien komt dat, omdat het toch wat steriel overkomt om in een concertzaal naar een paar luidsprekers te luisteren. De combinatie van conventionele instrumenten en elektronische muziek komt ook voor. Een voorbeeld is het 'Te Deum voor drie koren, piano, strijkers en tape' van Arvo Pärt.
In de popmuziek werd in studio's wel eens gebruik gemaakt van elektronische klanken, maar in liveoptredens was dat moeilijk gezien de omvang van de elektronische apparatuur. De minimoog bracht daar verandering in. Deze 'draagbare' synthesizer betekende een doorbraak in de popmuziek. Na de minimoog is een keur van elektronische synthesizers ontstaan, die niet meer weg te denken zijn uit de muziekwereld. Hier is het dus een vorm van 'elektronische muziek' duidelijk wel doorgebroken, maar het wordt dan ook live gebruikt. Jean-Michel Jarre met zijn synthesizer muziek is misschien de meest uitgesproken vorm van het gebruik van de synthesizer. Maar Brian Eno in een heel ander genre laat zien, dat het ook anders kan.
|
|
Laatste aanpassing ( vrijdag, 26 maart 2010 )
|