|
Hoe sluit ik mijn platenspeler aan? |
|
|
In het verleden zijn heel wat grammofoon platenspelers voorzien van diverse typen opnemer-elementen met uiteenlopende eigenschappen. Hier we een beknopt overzicht van hun eigenschappen, welke in combinatie met uw apparatuur erg belangrijk kunnen zijn;
Kristal element.Een opneemelement uit de begindagen van de z.g. electro pick-up, waarbij de opneem arm vaak naar achter getrokken moest worden om het draaiplateau te starten. Meestal met een mono opneemelement van kwartskristal uitgevoerd en voorzien van een saffier aftastnaald met een vrij grote radius van 60 tot 65 um zodat u er ook de oude 78 toeren platen mee kon afspelen. De spanningsafgifte is relatief hoog (100 – 200 mV) en kon hierdoor meestal direct op de, nogal hoog ohmige DIN ingang van een (buizen?) radio aangesloten worden.
Keramisch element.Het keramische element is de verbeterde uitvoering van het kristal element en was tevens wat beter afgestemd op de lagere ingangsimpedantie van de eerste “solid state” stereo apparatuur. Het keramische element geeft eveneens een relatief grote signaalspanning van 50 – 100 mV af, welke ruim voldoende was voor een directe aansluiting op de ingang van het getransistoriseerde ingangscircuit van de toenmalige radio’s. Ook hiermee kan je evt. nog 78 toerenplaten afspelen
Magneto-dynamisch element.Het magneto-dynamische element is een opnemertype dat een grote bewegingsvrijheid verschaft aan de aftast naald en hierdoor een breder dynamisch- en frequentiebereik heeft. De aftastradius van de diamant is iets kleiner (15 – 18 um) en is hierdoor ongeschikt om er de brede groeven van de oude 78 toeren platen mee af te spelen. De kwaliteit van deze opnemers heeft ertoe geleid dat dit type nog steeds het meest wordt gebruikt in de gebruikelijke platenspelers. Met een spanningsafgifte van ca. 10 mV. kan dit type opnemer alleen op de speciale phono ingang van een moderne stereo versterker aangesloten worden.
Moving Coil element.Het MC element is nog steeds voor de echte HiFi liefhebbers, het neusje van de zalm omdat deze opnemer door de nog grotere bewegingsvrijheid van de aftaster, de hoge gevoeligheid en in combinatie met een zeer lange naaldruk een erg zuivere reproductie van het opgenomen muziekmateriaal mogelijk is. Een probleem vormt echter de lage signaalafgifte van 1 mV vanuit de opnemer en moeten er speciale (kostbare) voorzieningen in het High-End stereo systeem aanwezig zijn om dit type element optimaal te kunnen gebruiken.
Het gebruik van de geluidskaart.Voor het maken van de audio opnamen en het overzetten naar CD, gaan we er ook nu weer vanuit dat u de geluidskaart in uw computer zult gebruiken. Op de meeste geluidskaarten treft u twee ingangen aan, een Microphone-In en Line-In (of Aux-In) De Microphone ingang is een ingang bedoeld voor zwakke signalen, afkomstig van een microfoon en kan signalen verwerken met een lage impedantie. De Line-In is de eigenlijk de enige ingang die voldoet voor het opnemen via de geluidskaart en werkt op het standaard lijn niveau, welke tevens gehanteerd wordt in uw home stereo installatie. De meeste soundcards verwachten een geluidsbron welke vergelijkbaar is met een signaalafgifte dat ergens tussen 500 en 775 mV moet liggen. In beide gevallen hebben de microfoon- en lijn ingang aansluitingen een z.g. lineair verloop van het signaal. Dit houdt in, dat men ervan uit gaat dat er bij deze ingangssignalen van tevoren geen speciale correcties of compensaties in het spannings- of frequentieverloop zijn uitgevoerd.
Correcties en aanpassingen.Elke grammofoonplaat wordt in de fabriek zodanig geperst dat, ter compensatie van de mechanische en elektrische onvolmaaktheden, zoals vervormingen en andere invloeden op een vinylplaat, alles op een zo goed mogelijk wijze geregistreerd zal worden. De hierbij toegepaste correctie methoden noemt men o.a de pre-emphasis techniek en de R.I.A.A. of N.A.B. opname- en snij curve. Deze “trucks” worden al jaren toegepast op de moderne vinyl grammofoonplaten, maar vereisen tijdens het afspelen wel een speciaal mechanisme welke ervoor zorgt dat de eerder toegepaste compensaties weer tot de juiste verhoudingen worden teruggebracht. Het weergave systeem (lees pick-up en versterker) moet deze, bewust aangebrachte correcties, op een z.g. reciproke wijze kunnen omzetten om een zo optimaal mogelijke vorm van het eerder opgenomen geluidsbeeld terug te krijgen. Elke moderne stereo installatie bevat hiertoe een schakeling aan de MD phono ingang, waarbij de elektronica erin voorziet dat de opgenomen mechanische en elektronische compensaties a.h.w. op omgekeerde wijze, correct door de versterker verwerkt zullen worden. Een geluidskaart heeft zulke voorzieningen niet aan boord en moet men deze correcties al bij de geluid opnemer proberen af te vangen. In sommige platenspelers is zo’n correctieversterker al ingebouwd en bij de hedendaagse typen die dit meestal niet hebben, moet men zich eerst eens afvragen of de stereo apparatuur deze voorzieningen reeds aan boord heeft. Bij twijfel (en dus in veel gevallen) is het aan te bevelen om gewoon een moderne stereo installatie als koppeling tussen de pick-up en de geluidskaart in te zetten. Eventueel kan men een losse RIAA correctie versterker voor een draaitafel met een MD of MC element aanschaffen waarbij men de Left en Right uitgangen ervan direct op de Line ingang van een geluidskaart aan kan sluiten.
Het aansluiten Zoals u in het bovenstaande figuur ziet, is het gebruik van een bestaande stereo installatie met een aangepaste voorziening voor uw type draaitafel met een xx-element de meest simpele oplossing. Een bijkomend voordeel is hierbij, dat u via de stereo installatie tegelijk gebruik kunt maken van de ingebouwde ruis- en rumble filters en tevens de hoog- en laag weergave enigszins kunt beïnvloeden
|
|
Laatste aanpassing ( zaterdag, 24 november 2007 )
|