|
De synthesizercontroller bestaat uit een klankcontroller en een aantal (minimaal één) pijpcontrollers. Een pijpcontroller kan maximaal 49 pijpen aansturen.  Synthesizercontroller Om het signaalniveau van de eenheden te converteren naar de spanning en stromen voor de elektromagneten worden drivers gebruikt. Deze drivers zijn op driver kaarten gemonteerd. De verbinding tussen de klankcontroller, respectievelijk de pijpcontrollers, en de driver kaarten geschiedt met flat cables.
De MIDI-verbindingen tussen de kaarten worden uitgevoerd met afgeschermde kabels. Klankcontroller De klankcontroller stuurt het zwelraam en de tremulanten aan. Het zwelraam en de tremulanten worden bestuurd met elektromagneten. De drivers voor deze elektromagneten zitten op een driver kaart. Een belangrijke tweede functie van de klankcontroller is het omzetten van het binnenkomende MIDI signaal naar TTL niveau. Vanaf de klankcontroller wordt het MIDI signaal op TTL niveau doorgegeven naar de pijpcontrollers. De klancontroller bevat één microcontroller (PIC16F883) van Microchip.
Om te testen of de aansluiting naar het zwelraam en de tremulanten functioneren is een test mogelijkheid gerealiseerd. Als testschakelaar op ON staat doorloopt het programma zijn testfunctie. Het zwelraam en de tremulanten worden achtereenvolgens bestuurd, zolang deze schakelaar op ON staat.
De klankcontroller kan ook worden gebruikt om de functie van de pijpcontroller te testen. Dit heeft het voordeel dat met één kaart zowel de klankcontroller als de pijpcontroller kan worden getest. Op de klankcontroller zijn hiervoor DIP schakelaars aangebracht. Hiermee is in te stellen dat de klankcontroller pijpcontroller wordt en welk octaaf van welk type pijp hij aanstuurt. Het aantal aan te sturen pijpen bedraagt één octaaf, d.w.z. 13 pijpen. Bij de functie als pijpcontroller zullen, zolang de testschakelaar op ON staat, de pijpen één voor één worden aangestuurd.
De aansluitingen op de flat cable connector van de klankcontroller zijn daarom zodanig uitgevoerd dat ook één octaaf pijpen kan worden aangestuurd. Een led op de klankcontroller licht op zodra de klankcontroller actief is. PijpcontrollerOp de kaart zitten twee microcontrollers (PIC16F884) van Microchip. Per kaart kunnen maximaal 49 pijpen worden aangestuurd. De eerste microcontroller op de kaart stuurt de 25 laagste pijpen aan. De tweede microcontroller stuurt de 24 hoogste pijpen aan. Door slechts één microcontroller op de kaart te monteren wordt het maximaal aan te sturen pijpen gereduceerd tot 25. Op de pijpcontrollers zijn DIP schakelaars aanwezig voor de diverse instellingen. Instellingen zijn voor: een pijptest, het pijptype en de laagste toon in iedere twee octaven. Er is één 8-polige DIP schakelaar en verder één 4-polige DIP schakelaar.
Voor iedere microcontroller is een led aanwezig die aangeeft dat een pijp door de betreffende microcontroller wordt aangestuurd.
Zolang de testschakelaar op ON staat worden één voor één de pijpen van de betreffende microcontroller aangestuurd. Instellingen
Op de pijpcontroller wordt het pijptype en de laagste toon van twee aaneengesloten octaven ingesteld. Het pijptype geldt per pijpcontroller. Het laagste toon geldt per microcontroller. | Pijptype | Stand | | Toon | Stand | | Bourdon | 0 | | CC | 0 | | Prestant | 1 | | C | 1 | | Gamba | 2 | | c0 | 2 | Viola
| 3 | | c1 | 3 | | VoxHumana | 4 | | c2 | 4 | | Fluit | 5 | | c3 | 5 | | Sub-bas/Xylofoon | 6 | | c4 | 6 | | Terts | 7 | | c5
| 7 |
|